Teken een strik langs een vouwlijn
De strik met korte uiteinden heeft een brede knoop en twee lussen. De andere heeft ook open rondjes als patroon. Kies een voorbeeld en gebruik de vouw in een ander vel om je eigen strik te tekenen. De lijn helpt bij de plaatsing; de twee kanten hoeven niet precies gelijk te zijn.
2 kleurplaten · Verschillende moeilijkheidsgraden
Dit heb je nodig
- Eén geprinte strikkleurplaat; de tweede naar keuze
- Blanco papier en een potlood
- Kleurpotloden of waskrijtjes
Kleurplaten bij deze activiteit
Zo doe je mee
Kies en print
Open het keuzevenster van de activiteit. Beide platen zijn aangevinkt: houd er één of twee en bevestig je keuze. Verwijder in de printlijst andere afbeeldingen die je niet nodig hebt en controleer de volgorde. Kies A4 of Letter om te printen of de PDF op te slaan. De kleurplaten tellen als één of twee pagina’s; een optioneel voorblad komt erbij.
Maak een middenlijn
Zoek de knoop, twee lussen en twee uiteinden in het voorbeeld. Vouw een leeg vel één keer dubbel en open het weer. Teken de knoop over de vouwlijn en links een brede lus met een uiteinde naar beneden. Houd het geprinte voorbeeld heel naast je vel.
Teken de andere kant
Teken rechts ook een lus en een uiteinde. Vergelijk hun plaats met behulp van de vouw en laat ruimte om te kleuren. Grootte en bochten mogen verschillen. Voeg zelf rondjes toe als je wilt, zonder een kant-en-klaar sjabloon over te trekken.
Kleur en laat een verschil zien
Geef bijbehorende delen passende kleuren of verander één kant met opzet. Leg je tekening naast het voorbeeld en wijs een overeenkomst en een verschil aan. Je kunt wijzen of vertellen; een volwassene kan je woorden opschrijven.
Nog een idee
Probeer op een ander vel langere uiteinden of een ander patroon. De vouw helpt bij het tekenen: je vouwt geen papieren strik en leert geen echt lint knopen. Knippen is niet nodig.


